PHOTOGALLERIES    TRAVELOGUES    ABOUT US    MUSICAL INSTRUMENTGUIDE    CONTACT US


De Meo Ambush

Tekst en Foto’s:  Frank Ossen


\

 

Toen we de avond van de 29ste april 1989 in Vanviang aankwamen en informeerden hoe het met het transport gesteld was de volgende dag naar Luang Prabang, hoorden we nog al wat Vanviang Dawn.jpg (5657 bytes)wilde verhalen. Mijn kennis van de Laotiaanse taal was indertijd nog maar zeer matig, dus de verhalen waren tamelijk verwarrend. Er had een schietpartij plaatsgevonden, zoveel leek zeker, en het scheen er nogal heftig aan toe te zijn gegaan. Er zouden verscheidene dodelijke slachtoffers zijn gevallen, en het gerucht ging dat er ook twee buitenlanders gesneuveld zouden zijn. Die ochtend waren er enkele overlevenden per truck in Vanviang gearriveerd om in het ziekenhuis behandeld te worden en die hadden het gerucht verspreidt. Volgens die overlevenden hadden Meo rebellen enkele vrachtwagens in een hinderlaag gelokt en onder vuur genomen. Maar hoe het nu precies zat bleef onduidelijk want de verhalen van verschillende ooggetuigen waren op sommige punten nogal tegenstrijdig. En of er binnenkort überhaupt vrachtwagens richting Luang Prabang zouden vertrekken was nog maar de vraag. Maar Hans en ik waren vastbesloten om verder naar het noorden van Laos te gaan, en we waren niet van plan ons door schietpartijen te laten afschrikken.

Muang Kasi Bus.jpg (10939 bytes)Die nacht deden we amper een oog dicht; we werden bijna levend opgevreten door zwermen mosquitos. Zodoende zaten we die nacht uren buiten en rookten een serie jointjes Laotiaanse wiet van beroerde kwaliteit. Het scheen meer effect op de vele muggen te hebben dan op ons. Maar ja, je moet toch wat als je niet kan slapen.

De volgende ochtend hingen we een tijdje rond op de plaatselijke markt en we hadden geluk. Er vertrok een vooroorlogse houten bus naar Muang Kasi en we mochten op het dak plaatsnemen. We kregen er al snel gezelschap van enkele plaatselijke militieleden, bewapend met AK-47 machinegeweren. De sfeer was, zoals altijd in Laos, uitstekend en enkele uren later kwamen we zonder problemen aan in Kasi, een dorp gelegen in een vallei temidden van groene rijstvelden en omsloten door vreemdgevormde heuvels. Daar was het wachten geblazen op een vrachtwagen die ons verder mee richting Luang Prabang wilde nemen. En weer hadden we geluk. Nog geen uur later verscheen er een truck die naar Xieng Khouan moest en die wilde ons wel meenemen tot het legerkamp, waar de zandweg zich in tweeen vertakte. Eentje naar het oosten, naar Xieng Khouan, en éen naar het noordelijk gelegen Luang Prabang, onze route dus. De laadbak van de open vrachtwagen lag al vol met mensen en zakken, maar wij konden er ook nog wel bij. In Laos is regulier bustransport een uitzondering en de meeste Laotianen reizen in open vrachtwagens, wat tevens een extra inkomen voor de chauffeur betekent. Er zaten deze keer geen soldaten of gewapende militieleden tussen de passagiers.

Na een uur of twee rijden begon de mensen te smoezen Uitgebrande Truck.jpg (13650 bytes)en plotseling zocht iedereen dekking tussen de lading. Alle hoofden gingen omlaag en automatisch de onze ook. We naderden een pas en daar had zich klaarblijkelijk die fatale schietpartij van eergisteren voorgedaan. Even later zagen we twee kapotte vrachtwagens langs de weg; één total-loss tegen de bergwand geparkeerd, en de ander geheel uitgebrand in de berm. De rubberen banden smeulden nog en er hing heel duidelijk een indringende lucht van verbrand vlees. Ik herkende de geur onmiddellijk van plaatsen als Varanasi (India) en Kathmandu (Nepal); het was overduidelijk mensenvlees.

Onze truck stopte geen moment op de plaats van onheil en kans op een foto had ik dus niet. Toen we de pas even later over waren, kwamen de andere passagiers weer uit hun dekking tevoorschijn en begon het gesmoes weer opnieuw. Het was zo klaar als een klontje dat iedereen het net behoorlijk benauwd had gehad. Ongeveer 8 kilometer voorbij de pas splitste de weg zich in tweeën en bevond zich het legerkamp.

Daar stapten we van de vrachtwagen en aangezien er geen kans meer bestond op een andere truck richting Luang Prabang, werden we door iemand uitgenodigd om in een bamboe bouwval wat te eten. Instant noodle soup en blikken sardientjes zijn zowat het enige voedsel dat in het Laotiaanse achterland te verkrijgen is. Vaak is er zelfs geen rijst! Er was echter genoeg "Moonshine", lokale whisky van zo’n 90 % alcohol en …….opium. We lieten ons die avond eens lekker gaan, de sfeer was uitstekend en we konden er ook nog slapen; met z’n allen op gevlochten rietmatten op de grond in de hoek van de bouwval. Dankzij de whisky en de opium konden we de slaap snel vatten en gelukkig lieten de mosquitos ons deze nacht ook eens met rust. Jammer dat ik geen fotoos van de onheilsplek 10 km. hier vandaan had kunnen maken, maar misschien kon dat de volgende ochtend nog wel, zover hiervandaan was het nu ook weer niet. We konden desnoods gaan lopen.

Laotian Child Soldiers.jpg (15291 bytes)In een legerkamp is er helaas weinig kans op uitslapen en we waren dus al vroeg uit de veren. Om 6 uur ‘s ochtends liep ik al plaatjes te schieten van de Laotiaanse soldaten. Dat was me toch een stelletje ongeregeld! Ik heb geen enkele soldaat gezien die een compleet uniform bezat. De één droeg een legerbroek, de ander een legerjack, een enkeling had zelfs een legerpetje op en sommigen droegen van die Indiase legerbasketballers. Ze vulden hun gebrekkige legerkleding aan met spijkerbroeken, sportbroekjes, trainingsbroeken, T-shirtjes met afbeeldingen van Mick Jagger en Rod Stewart, en liepen vaak op die rubberen flip-flop’s. Maar bewapend waren ze allemaal wel. De meesten met machinegeweren, anderen met ouderwetse karabijnen en sommigen sleepten zelfs anti-tank granaten met zich mee. Ook de leeftijd van die gasten liep nogal uiteen. De meesten waren de twintig wel gepasseerd, maar er zaten ook genoeg teenagers tussen, sommigen niet ouder dan een jaar of 13.

Al spoedig bleek dat een dozijn van dat stelletje ongeregeld opdracht had naar de plaats van de overval terug te gaan, omdat één van de motoren van de kapotgeschoten trucks nog te repareren zou zijn en dus bruikbaar was voor het leger. De bedoeling was dus om die ene truck naar het kamp te verslepen. Ik voelde gelijk aan dat dit een kans was om terug te kunnen gaan naar de plek des onheils en vroeg direct aan hun commandant of Hans en ik met hen mee konden om wat fotootjes te maken. Tot mijn verbazing was dat uitstekend. Men scheen zelfs vereerd met mijn voorstel! Even later waren wij dan ook met 12 soldaten in een legertruck op weg naar Ban Hinggòn-Kang, de plaats waar de overval had plaats gevonden.

Panorama Ban Hinggon-Kang.jpg (13030 bytes)

Een half uurtje later kwamen we op de plaats van bestemming aan. Het was een zonnige dag en vanaf de plaats des onheils hadden we een schitterend uitzicht op de bergen en valleien rondom, en het dorpje Ban Hinggòn-Kang met zijn bamboe huisjes zo’n 100 meter beneden ons.

De uitgebrande vrachtwagen smeulde nog steeds en die afgrijzelijke geur van dood en verderf kwam ons tegemoet zodra we uitstapten. Onze zwaarbewapende vrienden verspreidden zich direct in kleine groepjes en namen posities in. Sommigen verdwenen in de jungle op zoek naar Meo-rebellen, mochten die zich nog in de buurt verschansen, en de overige drie man trachtten uit te vinden of de niet-uitgebrandde truck, die tegen de rotswand was geknald, nog te redden was. Ikzelf ging gelijk op de smeulende resten van de andere truck af. Eromheen versprijd lagen bergen verbrandde knoflook, de klaarblijkelijke lading. Verbrande Lijken .jpg (10691 bytes)De laadbak was leeg, de banden gesmolten. Toen ik de cabinedeur met moeite open kreeg, werd ik even beroerd. De cabine lag vol met zwartgeblakerde lijken!! Met de nodige moeite kon ik er vijf onderschijden. De grote met de opengespleten schedel achter het stuur was zonder twijvel de chauffeur geweest. Naast en achter hem moesten twee vrouwen en twee kinderen gezeten hebben. De vrouwen meende ik te kunnen herkennen aan de bredere heupen, de lijken van de kinderen waren uiteraard kleiner. Het tafereel laat zich moeilijk beschrijven, maar het was een luguber en angstaanjagend gezicht. Het leek alsof de schrik nog van de zwarte schedels was af te lezen! In de maagstreek van één van de kinderen krioelden honderden witte maden. In het dak van de cabine zat een groot gat. Het metaal was naar binnen verbogen, wat er volgens mij op wees dat er een anti-tank raket doorheen was gejaagd. De vijf Laotianen waren waarschijnlijk op slag dood en daarna tot op het bot verbrand. Ik hees mij door het portier en nam enkele fotoos. De vreselijke stank maakte het mij er niet gemakkelijker op.

Me with Burned-out Cabine.jpg (10380 bytes)In de laadbak hadden zich nog zeven lijken bevonden, maar die waren – na een dag op de weg te hebben gelegen – intussen door andere soldaten afgevoerd. Deze schenen niet verbrand te zijn, maar met kogels doorzeefd. Er zaten tientallen kogelgaten in de metalen laadbak en ik verzamelde een handvol platgeslagen kogels en kogelhulzen voor als souvenir. Daarna leende ik een AK-47 machinegeweer van één van de soldaten en liet me door Hans voor de geopende cabine fotograferen.

De andere soldaten waren intussen tot de conclusie gekomen dat de tweede truck nog rijvaardig was. Wat inhield dat na enig sleutelen de motor het nog deed. En nu was men dus van plan om die truck naar het legerkamp terug te slepen. Voor het zover was mocht ik de boel nog inspecteren. De soldaten lieten ons geheel vrij en ik kon doen en laten wat ik maar wilde. Ik voelde me net een KGB-agent ! Ik telde 25 kogelgaten in die truck en uit de hoek van de inslagen kon ik opmaken dat de vrachtwagen van voren, van opzij én van achteren was beschoten. Ook zat er weer zo’n groot gat in het dak van de cabine, maar er was niets verbrandt. Waarschijnlijk was de granaat niet ontploft. In de cabine vond ik zelfs nog de vrachtbrief waarop de naam van de ongelukkige chauffeur vermeldt stond. Hij heette Sikham, was 24 jaar oud en kwam uit Oudomsay, een provincie in het uiterste noordwesten van Laos. Aan het grote aantal kogelgaten in de cabine te zien, leek het mij hoogst onwaarschijnlijk dat hij deze laffe aanslag had overleefd. De laadbak lag vol met roestige stukken metaal, waarschijnlijk neergeschoten oorlogstuig uit de Vietnam oorlog. In de vrachtbrief stond ook nog een stempel Laos met gun-bewerkt 96 dpi.JPG (18045 bytes)van een Vietnamese grenspost, dus het lag voor de hand dat Sikham de lading daar had opgepikt met de bedoeling die in Thailand weer te verkopen. Vietnam en Laos liggen nog steeds vol met vernield en verroest, veelal Amerikaans, oorlogstuig en de handel in scrap-metal is nog steeds economisch heel belangrijk voor beide landen, met Thailand als de voor de hand liggende afnemer. De beide vrachtwagens waren MAZ’s, van Russische makelij dus. Ik stak de vrachtbrief in mijn zak en nam ook nog een half gesmolten MAZ-insigne mee als souvenir. Verspreid over en langs de weg lagen nog een schoen, wat kleren, een handtasje zonder inhoud en een Laotiaanse sarong, zo’n prachtig geborduurde, voor oud vuil op de grond.

 

Ondertussen waren de overige soldaten weer uit de bosjes tevoorschijn gekomen en de truck was inmiddels sleepklaar. De soldaten hadden natuurlijk geen Meo kunnen vinden, die waren allang gevlogen richting Thaise grens, wat zeker een week lopen is, berg op en berg af. Het schijnt dat die Meo’s door het Thaise leger betaald, gevoed en bewapend worden met de bedoeling onzekerheid en onveiligheid in het communistische Laos te zaaien en daarmee het regime in verlegenheid te brengen. Helaas zijn altijd onschuldige burgers het slachtoffer van die moordpartijen. Tot een jaar of twee geleden vonden zulke slachtpartijen met een zekere regelmaat plaats, nu nog maar sporadisch. De één na laatste vond ongeveer twee maanden geleden plaats en van de laatste waren we nu getuige.

Het slepen ging boven verwachting soepel, met een soldaat aan het stuur van de doorzeefde truck, en na een klein uurtje waren we weer terug in het legerkamp. We waren nog niet uitgestapt of er verscheen al een vrachtwagen uit de richting van Xieng Khouan. Die was op weg naar Luang Prabang, de oude koninklijke hoofdstad met zijn vele prachtige tempels en paleizen, in het noorden van het land.

Laotian Sunrset .jpg (9438 bytes)

Tijd om afscheid te nemen van onze gewapende vrienden of om nog iets te eten was er niet meer want we konden direct mee rijden. Het werd een prachtige rit door de bergen en net na zonsondergang kwamen we aan in de stad.

© Frank Ossen 2002

THANKS FOR READING