PHOTOGALLERIES TRAVELOGUES ABOUT US MUSICAL INSTRUMENTGUIDE CONTACT US
|
De Meo Ambush Tekst en Foto’s: Frank Ossen |
\
|
Toen
we de avond van de 29ste april 1989 in Vanviang aankwamen en
informeerden hoe het met het transport gesteld was de volgende dag naar
Luang Prabang, hoorden we nog al wat
De volgende ochtend hingen we een tijdje rond op de plaatselijke markt en we hadden geluk. Er vertrok een vooroorlogse houten bus naar Muang Kasi en we mochten op het dak plaatsnemen. We kregen er al snel gezelschap van enkele plaatselijke militieleden, bewapend met AK-47 machinegeweren. De sfeer was, zoals altijd in Laos, uitstekend en enkele uren later kwamen we zonder problemen aan in Kasi, een dorp gelegen in een vallei temidden van groene rijstvelden en omsloten door vreemdgevormde heuvels. Daar was het wachten geblazen op een vrachtwagen die ons verder mee richting Luang Prabang wilde nemen. En weer hadden we geluk. Nog geen uur later verscheen er een truck die naar Xieng Khouan moest en die wilde ons wel meenemen tot het legerkamp, waar de zandweg zich in tweeen vertakte. Eentje naar het oosten, naar Xieng Khouan, en éen naar het noordelijk gelegen Luang Prabang, onze route dus. De laadbak van de open vrachtwagen lag al vol met mensen en zakken, maar wij konden er ook nog wel bij. In Laos is regulier bustransport een uitzondering en de meeste Laotianen reizen in open vrachtwagens, wat tevens een extra inkomen voor de chauffeur betekent. Er zaten deze keer geen soldaten of gewapende militieleden tussen de passagiers. Na een
uur of twee rijden begon de mensen te smoezen Onze truck stopte geen moment op de plaats van onheil en kans op een foto had ik dus niet. Toen we de pas even later over waren, kwamen de andere passagiers weer uit hun dekking tevoorschijn en begon het gesmoes weer opnieuw. Het was zo klaar als een klontje dat iedereen het net behoorlijk benauwd had gehad. Ongeveer 8 kilometer voorbij de pas splitste de weg zich in tweeën en bevond zich het legerkamp. Daar stapten we van de vrachtwagen en aangezien er geen kans meer bestond op een andere truck richting Luang Prabang, werden we door iemand uitgenodigd om in een bamboe bouwval wat te eten. Instant noodle soup en blikken sardientjes zijn zowat het enige voedsel dat in het Laotiaanse achterland te verkrijgen is. Vaak is er zelfs geen rijst! Er was echter genoeg "Moonshine", lokale whisky van zo’n 90 % alcohol en …….opium. We lieten ons die avond eens lekker gaan, de sfeer was uitstekend en we konden er ook nog slapen; met z’n allen op gevlochten rietmatten op de grond in de hoek van de bouwval. Dankzij de whisky en de opium konden we de slaap snel vatten en gelukkig lieten de mosquitos ons deze nacht ook eens met rust. Jammer dat ik geen fotoos van de onheilsplek 10 km. hier vandaan had kunnen maken, maar misschien kon dat de volgende ochtend nog wel, zover hiervandaan was het nu ook weer niet. We konden desnoods gaan lopen.
Al spoedig bleek dat een dozijn van dat stelletje ongeregeld opdracht had naar de plaats van de overval terug te gaan, omdat één van de motoren van de kapotgeschoten trucks nog te repareren zou zijn en dus bruikbaar was voor het leger. De bedoeling was dus om die ene truck naar het kamp te verslepen. Ik voelde gelijk aan dat dit een kans was om terug te kunnen gaan naar de plek des onheils en vroeg direct aan hun commandant of Hans en ik met hen mee konden om wat fotootjes te maken. Tot mijn verbazing was dat uitstekend. Men scheen zelfs vereerd met mijn voorstel! Even later waren wij dan ook met 12 soldaten in een legertruck op weg naar Ban Hinggòn-Kang, de plaats waar de overval had plaats gevonden.
Een half uurtje later kwamen we op de plaats van bestemming aan. Het was een zonnige dag en vanaf de plaats des onheils hadden we een schitterend uitzicht op de bergen en valleien rondom, en het dorpje Ban Hinggòn-Kang met zijn bamboe huisjes zo’n 100 meter beneden ons. De
uitgebrande vrachtwagen smeulde nog steeds en die afgrijzelijke geur van
dood en verderf kwam ons tegemoet zodra we uitstapten. Onze zwaarbewapende
vrienden verspreidden zich direct in kleine groepjes en namen posities in.
Sommigen verdwenen in de jungle op zoek naar Meo-rebellen, mochten die
zich nog in de buurt verschansen, en de overige drie man trachtten uit te
vinden of de niet-uitgebrandde truck, die tegen de rotswand was geknald,
nog te redden was. Ikzelf ging gelijk op de smeulende resten van de andere
truck af. Eromheen versprijd lagen bergen verbrandde knoflook, de
klaarblijkelijke lading.
De
andere soldaten waren intussen tot de conclusie gekomen dat de tweede
truck nog rijvaardig was. Wat inhield dat na enig sleutelen de motor het
nog deed. En nu was men dus van plan om die truck naar het legerkamp terug
te slepen. Voor het zover was mocht ik de boel nog inspecteren. De
soldaten lieten ons geheel vrij en ik kon doen en laten wat ik maar wilde.
Ik voelde me net een KGB-agent ! Ik telde 25 kogelgaten in die truck en
uit de hoek van de inslagen kon ik opmaken dat de vrachtwagen van voren,
van opzij én van achteren was beschoten. Ook zat er weer zo’n groot gat
in het dak van de cabine, maar er was niets verbrandt. Waarschijnlijk was
de granaat niet ontploft. In de cabine vond ik zelfs nog de vrachtbrief
waarop de naam van de ongelukkige chauffeur vermeldt stond. Hij heette
Sikham, was 24 jaar oud en kwam uit Oudomsay, een provincie in het
uiterste noordwesten van Laos. Aan het grote aantal kogelgaten in de
cabine te zien, leek het mij hoogst onwaarschijnlijk dat hij deze laffe
aanslag had overleefd. De laadbak lag vol met roestige stukken metaal,
waarschijnlijk neergeschoten oorlogstuig uit de Vietnam oorlog. In de
vrachtbrief stond ook nog een stempel
Ondertussen waren de overige soldaten weer uit de bosjes tevoorschijn gekomen en de truck was inmiddels sleepklaar. De soldaten hadden natuurlijk geen Meo kunnen vinden, die waren allang gevlogen richting Thaise grens, wat zeker een week lopen is, berg op en berg af. Het schijnt dat die Meo’s door het Thaise leger betaald, gevoed en bewapend worden met de bedoeling onzekerheid en onveiligheid in het communistische Laos te zaaien en daarmee het regime in verlegenheid te brengen. Helaas zijn altijd onschuldige burgers het slachtoffer van die moordpartijen. Tot een jaar of twee geleden vonden zulke slachtpartijen met een zekere regelmaat plaats, nu nog maar sporadisch. De één na laatste vond ongeveer twee maanden geleden plaats en van de laatste waren we nu getuige. Het slepen ging boven verwachting soepel, met een soldaat aan het stuur van de doorzeefde truck, en na een klein uurtje waren we weer terug in het legerkamp. We waren nog niet uitgestapt of er verscheen al een vrachtwagen uit de richting van Xieng Khouan. Die was op weg naar Luang Prabang, de oude koninklijke hoofdstad met zijn vele prachtige tempels en paleizen, in het noorden van het land.
Tijd om afscheid te nemen van onze gewapende vrienden of om nog iets te eten was er niet meer want we konden direct mee rijden. Het werd een prachtige rit door de bergen en net na zonsondergang kwamen we aan in de stad. © Frank Ossen 2002 |
| THANKS FOR READING |